Okra
Okra cirkels

    Okra Zingeving    

Zingeving 2010


Nieuwjaarsboodschap van een oudere

Voor één keer is het niet de traditionele nieuwjaarsboodschap van een kind aan zijn meme, maar van het oudje zelf.

Er is niets aan de hand en ik voel me nog fris,
want ik ben nog zo gezond als maar mogelijk is.
't Is alleen dat ik wat jicht in mijn knieën krijg
en het praten gaat soms met een piepend gehijg.
Mijn pols is wat zwak en wat dun wordt mijn bloed,
maar ik ben voor mijn leeftijd nog vreselijk goed.

Die steunzolen onder mijn voeten dat gaat,
anders zou ik niet best kunnen lopen op straat.
Soms wordt me de slaap nachtenlang niet gegund,
maar ik merk dat ge ook wel eens zonder kunt.
Mijn geheugen wordt minder, soms duizelt mijn hoofd,
maar dat valt niet zo op, geen mens die 't gelooft.
Denk niet dat ik vaak daar in zorg over zit,
want ik ben voor mijn leeftijd nog werkelijk fit.

Ze zeggen dat ge de oude dag
als de gouden leeftijd beschouwen mag.
Maar af en toe twijfel ik daar toch wel aan,
als ik 's avonds weer moe naar bed ben gegaan,
met mijn oren in de la, en mijn tanden in een glas
en mijn ogen op de tafel, als ik uitgelezen was.
En voordat ik inslaap, bedenk ik me dan,
zit er nog wat los wat ik wegleggen kan,
terwijl het met mij nog zo slecht niet zit
want ik ben voor mijn leeftijd nog tamelijk fit.

Elke morgen stof ik mijn hersens wat af
en ben blij met de dag die God mij weer gaf.
Dan haal ik de krant en lees na mijn bad
de overlijdensberichten in het ochtendblad.
Als mijn naam er niet bijstaat weet ik dat ik nog leef,
het was dus de bedoeling dat ik nog wat bleef.
Ik geloof dat er toch wel iets heilzaams in zit,
want ik ben voor mijn leeftijd nog redelijk fit.

Wat is van dit alles tot slot de moraal
die te leren valt uit dit goedmoedig verhaal:
voor elk die het ouder zijn glimlachend draagt
als een ander je weer eens "hoe maak je het?" vraagt,
is het beter te zeggen dat het best met je gaat,
dan die lui te vertellen hoe het écht met je staat.

Naar boven


Adventskransen en kerstbomen

November en december,
donker en doods.
Mensen snakken
naar licht
en groen.

21 december
is een keerpunt.
De dagen gaan lengen.
Het is feest!

Met eeuwenoude wortels.
De Romeinen vierden Sol Invictus,
'de onoverwinnelijke zon'.
De Germanen kenden een zonnewendefeest.
Met grote vuren, het joelfeest.
De joodse gemeenschap viert Chanoeka
rond de negenarmige kandelaar.
En christenen vieren Kerstmis.

Om licht en hoop draait het,
al is elk feest anders.

Kerstmis is
het geboortefeest van Jezus,
'het licht van de wereld'.

Vier weken
bereiden christenen zich erop voor.
Een tijd van bezinning
en inzet voor mensen in de kou.

Advent heet die tijd.
Want Jezus komt.
Elk jaar opnieuw.
Advent is een tijd van verwachten
en uitkijken naar.
Jezus is licht in het donker.
Leven in dorre tijd.
Kaarsen en dennengroen horen erbij.

Kerstmis, een nieuw begin,
een kind wordt geboren.
Het groeit uit tot een bijzondere mens.
Een mens waarin God 'op-licht'.

Mia Verbanck
(Bestuursvergadering 2 december 2010)
Naar boven


Gebed van een Engelse kloosterzuster (17de eeuw)

Heer, Gij weet beter dan ik dat ik oud word.

Bewaar mij voor de noodlottige gewoonte te denken
dat ik in alle omstandigheden iets moet zeggen.

Bevrijd mij van de obsessie
orde te willen brengen in andermans zaken.

Maak mij bedachtzaam maar niet humeurig,
gedienstig maar niet bazig.

Weerhoud mij ervan eindeloos in details te treden,
maar help mij vlot ter zake te komen.

Laat mij zwijgen over mijn kwaaltjes ofschoon ze almaar toenemen,
en het met de jaren niet prettiger wordt ze op te sommen.

Ik durf U niet te vragen het zover te brengen
dat ik graag luister naar het verhaal van andermans leed,
maar help mij in alle geval het met geduld te aanhoren.

Ik durf U niet te vragen om een beter geheugen,
maar geef me steeds weer nederigheid en minder eigenwijsheid
wanneer mijn herinneringen niet kloppen met die van anderen.

Leer mij de kostbare les dat ik me wel eens kan vergissen…
Waak over mij…

Ik heb niet zoveel zin om heilig te worden:
sommige heiligen zijn moeilijk te volgen…
Maar een oude zuurpruim is zeker
een van de belangrijkste uitvindingen van de duivel…

Zorg dat ik in staat ben het goede te zien waar ik het niet verwachtte,
en talenten te erkennen bij mensen bij wie ik die niet vermoedde,
en geef mij de genade, Heer, hen dat ook te zeggen.

(Okra Herfstfeest 5 oktober 2010)
Naar boven


Je naam

Heel lang geleden was er eens een man die geen naam had. Het mannetje-zonder-naam, noemde iedereen hem; hij was erg verdrietig, omdat hij geen naam had en alle andere mensen wel.
Op een dag ontmoette het mannetje-zonder-naam een oude man op een bankje in het bos.
“Hoe heet je?” vroeg de oude man. "Dat weet ik niet", antwoordde het mannetje-zonder-naam bedroefd. "Ik heb geen naam". Toen dacht de oude man heel lang en heel diep na. Tenslotte zei hij: Als je het goed vindt, mag je mijn naam wel hebben; we doen dan gewoon een tijdje samen, jij de ene helft en ik de andere. Ik heb hem toch niet zo lang meer nodig." Dolgelukkig ging het mannetje-zonder-naam weer naar huis omdat hij een naam had gekregen. Nu kon hij tenminste aan andere mensen vertellen wie hij was.

Nomen est omen, zegt een Latijns spreekwoord; een naam is een voorteken en dat is heel wat. Een naam is meer dan zomaar een woord; je naam, dat ben je; en je kiest hem niet eens zelf. Wanneer je jezelf voorstelt aan mensen die je niet kennen, dan noem je je naam, je zegt wie je bent, en je geeft daarmee aan die anderen de gelegenheid jou bij je naam te noemen.
Nu lijkt dat allemaal heel gewoon. Maar in onze wereld van chefs en arbeiders, caissières en managers, schijnen wij op de een of andere manier heel goed te beseffen, dat je niet iedereen zomaar bij zijn naam kunt noemen. Wij hebben daar dan ook wat op gevonden: in plaats van de voornamen, gebruiken wij de achternaam.
Erg onpersoonlijk, zou je zo op het eerste gezicht zeggen. Maar van de andere kant willen wij ook niet iedereen bij zijn naam noemen. Zoals die twee bejaarde dames die eens in de week, al vijftig jaar lang, bij elkaar op de thee komen en elkaar nog altijd met ‘mevrouw’ aanspreken. Niet uit louter beleefdheid, maar uit diep respect voor elkaar. Door iemand bij zijn naam te noemen, kom je aan hem, je pakt hem als het ware, je hebt macht over hem.
Als je een goede vriend in jaren niet gezien hebt, wil dat niet zeggen, dat hij daarmee uit je gedachten verdwenen is. Zijn naam draag je bij je, je kunt over hem praten, zijn naam noemen. Hij houdt een plaats in je leven.
Dat geldt ook voor een overledene. Daarom kan een vrouw over haar gestorven man zeggen, dat hij er helemaal is, wanneer ze zijn naam noemt; want aan de naam dankt een mens zijn bestaan.
Naar boven


Geef ons tijd

Heer Jezus,
toen uw leerlingen en Gij zelf
moe waren op een dag
en het volk maar bleef aandringen,
hebt Gij hun gezegd:
"Kom even opzij naar een eenzame plaats
om uit te rusten".

Dit is de eerste dag van de vakantie,
voor vele mensen.

Geef ons nu tijd
om even opzij te gaan
om uit te rusten.

Geef ons wat we anders toch zo weinig hebben:
tijd.

Tijd om aan U te denken.
Tijd om de andere te zien
en Lief te hebben,
- wie naast ons leven nog het eerst -
Tijd om bij onszelf te zijn.

Heer Jezus,
In de wekendie nu komen:
geef ons tijd.

Godfried Kardinaal Danneels
Naar boven


De maatschappelijke uitstraling van kerk en christelijk geloof in het geding

Door de pedofilieaffaires is de kerk getroffen in het hart van haar evangelische opdracht.

Hier zijn juist de kleinsten en meest kwetsbaren geraakt, hun bestaan is in veel gevallen levenslang ontredderd. Het gaat hier om uiterst ingrijpende dingen voor de slachtoffers.

Het kerkelijke gezag heeft hiertegenover geen excuses.
In de ogen van de gelovigen en het kerkvolk kan de kerkelijke leiding niets anders doen dan onverwijld alle hervormingen in haar denken en doen door te voeren om dit erge kwaad zo goed mogelijk te vermijden.
Het is een humane eis in naam van de slachtoffers, in Jezus' naam.

De kerk is ook getroffen in haar bezielingsopdracht, in haar geloofwaardigheid.
De aan het licht komende misbruiken treffen de kerk ook in de kern van haar maatschappelijke taak.

Hoe kan de kerkelijke leiding nu nog spreken over liefde en gerechtigheid en ethische waarden en normen voorhouden aan de gelovigen?

Op een moment dat de kerk veel zou kunnen zeggen over de wereld, die zelf ook in verwarring is op tal van domeinen, moet ze nu zwijgen.

Kerkelijke leiders die al te gemakkelijk beweren dat het ambtelijk leergezag onder leiding staat van de H. Geest, dat de kerk en het priesterschap heilig zijn, dat de kerk het teken en instrument is van Jezus' licht voor de wereld, zullen voortaan meer het accent moeten leggen op de eigen kwetsbaarheid van ambt, kerk en christenen. Alleen zo kan de kerk weer gezag krijgen.
Alleen meer deemoed en zelfkritiek en meer behoedzaam spreken, ook over de gebrokenheid van mensen en maatschappij, kunnen de kerk haar geloofwaardigheid teruggeven.

Is dit nu het einde van kerk en geloof? En wat staat ons te doen?
Wij eindigen niet pessimistisch, integendeel.

De zoveelste crisis in de kerk toont aan dat er een tijdperk ten einde loopt.
Het tijdvak van de machtskerk.
Het einde van onaantastbaar kerkelijk leiderschap, veel te verheven boven gelovigen en Volk Gods, boven mensen en wereld.

Elke dag komt er meer ruimte voor de kerk van Jezus, de kerk van het evangelie; voor de liefde van een kwetsbare en nederige kerk.
Deze nieuwe crisis sterkt ons, christenen, in onze ervaring dat meer bescheidenheid en eenvoud ook meer zeggingskracht hebben. Voor een liefde zoals die van Franciscus en Damiaan, van Daens en Romero of van zuster Jeanne De Vos staat de wereld nog altijd open.

Voelen christenen zich dezer dagen niet dichter bij Jezus?
Beseffen gelovigen en Volk Gods, niet al langer dat de-weg-terug naar het evangelie de enige weg is naar de toekomst?

Kom, er zijn nog veel gelovigen bereid om de weg van die nieuwe deemoed en dienstbare en sociale inzet te gaan.

Doorheen pijn en lijden kunnen we louteren tot nieuwe hervormingen, tot nieuwe geloofwaardigheid.
(JPV)
Naar boven