Okra
Okra cirkels

    Okra Zingeving    

Zingeving 2015


Driekoningen

In de middeleeuwen hing er in vele kerken boven het altaar een grote, met waskaarsen versierde ster, die herinnerde aan de ster die aan de drie Wijzen was verschenen om de geboorte van Jezus bekend te maken. Drie jongelingen, in zijde gekleed en met vergulde kronen op het hoofd en een gouden vat in de handen met daarin respectievelijk goud, wierook en mirre, traden de kerk binnen, terwijl ze zongen:
"Hoe waardig en betekenisvol zijn de geschenken die de oosterse vorsten aan het Kind van Bethlehem brengen!" Voor het altaar gekomen hielden ze hun vaten omhoog en zongen: "Het goud zegt ons dat Hij koning is, de wierook, dat Hij God is en de mirre, die bij het balsemen wordt gebruikt, dat Hij mens is en dus sterven zal.” Daarna wees een van naar de ster legden ze hun offers op het altaar.

De wijzen zijn zij
die opweg willen gaan,
altijd opnieuw willen beginnen.
Want wat meteen wordt gevonden
is voorbarig en onbetrouwbaar.

De wijzen zijn zij
die weten dat de ster komt en gaat:
dat ze verschijnt alleen als we ze willen zien;
haar licht schijnt nergens anders dan in het hart
dat trouw en geduldig wil zoeken.
Wie de ster van vrede en vreugde volgt,
gaat vreemde wegen maar zal niet verdwalen

De wijzen zijn zij
die toch het huis vinden:
de plaats van aanbidding;
die een kind zien en de Koning herkennen
die ze zoeken;
want er is grootheid in de mens
die kan neerknielen.
Alleen grootheid kan grootheid herkennen
en alleen koningen knielen voor de Koning.

Wijzen zijn zij
die de waarschuwingen van de droom begrijpen
en leren dat er meer dan één weg is naar hun land.
Die terugkeren naar huis,
verdwijnen in de stilte,
terug naar hun werk
en hun plaats onder de mensen
met die onschatbare ervaring
van hun Godsontmoeting.

En daar wacht dan voor ieder het echte leven.

Driekoningenfeest 2015

Naar boven


Lichtmis: Mij geschiede naar Uw woord

Een 'ja' met pijn geladen

Heer Jezus, toen U in de wereld kwam,
had zij één woord:
'Zie de dienstmaagd van de Heer,
mij geschiede naar uw woord' (Luc. 1,38).
Het was Maria's eerste ja';
toen zij U heeft ontvangen,
geborgen in haar schoot.
Van die dag af was haar 'ja'
elk uur met steeds meer pijn geladen.
Want na dat blije jawoord
waardoor zij U ontving,
was elk 'ja' dat daarop volgde
een afscheid, meer en meer.

Zij droeg U naar de tempel,
uit gehoorzaamheid;
het deed haar pijn toen Simeon sprak
'Een zwaard zal u het hart doorboren'
(Luc. 2, 35);
zij begreep het niet.
Ook niet de tweede keer,
weer in diezelfde tempel,
toen zij van U te horen kreeg:
'Wat zoek je toch naar mij,
wist je dan niet dat Ik in de dingen
van mijn Vader moest zijn?'
(Luc. 2,49),
Zij kon het niet begrijpen;
ze voelde elke pijn.
Ook die andere keer
toen de leerlingen U meldden:

'Uw moeder en uw broers slaan buiten,
ze willen U spreken.'
Toen hebt U hen gezegd:
“Wie is mijn moeder en wie zijn mijn
broeders?” (Mat. 12,47).
Heeft zij Wen wel begrepen
dat dit geen afwijzing was
maar nog een zaligspreking méér?
Zij die de wil van mijn Vader doen,
dat zijn mijn moeder en mijn broeders'
(Mat. 12, 50).
Zelfs op de bruiloft,
te midden van de vreugde,
wijst U nog op uw 'uur'.
Dit is dan dat 'uur':
de laatste keer dat zij U ontmoet;
het is een uur van grote pijn voor beiden.
Op het kruis omhelst U haar jawoord
en maakt het één met dat van U.
Nu is zij niet meer van U te scheiden:
Moeder en Zoon zijn hier als
Bruid en Bruidegom.
Hun jawoord is voltooid
in volle overgave aan de wil van de Vader.

Moeder van de Kerk

Maria, Moeder van de Heer en onze Moeder,
spreek in de Kerk uw jawoord verder:
het woord van Kerstmis

en het woord onder het kruis
en elk ‘fiat’ dat daartussen ligt.
U, Moeder van de Kerk,
bemoedig haar en bind haar op het hart
wat U zelf hebt ondervonden, keer op keer:
dat ieder jawoord
'in tranen wordt gezaaid
maar wordt geoogst al zingend' (cf. Ps. 126,5).

Uit ‘Waken en Bidden’, Godfied Danneels

Naar boven


Vasten is ‘Op weg gaan’

Het Woord van God spreekt ons meteen aan en schudt ons meteen wakker.

"WOORD VAN GOD": Kom tot mij met gans je hart.

Dat is de veertigdagentijd: opstaan, op weg gaan en voortstappen.
Doorgaan, de goede richting volgen en de zijwegen links laten
en vermijden al wat ons van God weghoudt.

Veranderen: weggaan van onze zekerheden en ons comfort.
De medemens ontmoeten en de kleinen langs de weg dienen.

Vol vertrouwen op stap gaan, welke hinderpalen en moeilijkheden
er ook komen opdagen.

Christus zelf heeft de weg voor ons getrokken en opengesteld.

Zeker van ons geloof, gesterkt door onze hoop
en vol verlangen om de liefde die ons verenigt om te verkondigen,
zo willen wij op weg gaan.

Michèle Clavier

Naar boven


Pasen

Hij is nog steeds bij ons
ongrijpbaar als het licht
op zondagmorgen.
Zijn hand op onze schouder
gewond, onvoelbaar licht
en teder als van een geliefde.
Hij gaat ons voor naar Galilea
onzichtbaar is zijn spoor.
Hij staat getekend in het zonnelicht.
Hij is voor ons de weg.
Hij loopt oor ons geweten
naar het huis van liefde en vergeving.
Hij is de waarheid
helder als een klok in lentelucht
die vrij haar boodschap zingt.
Hij is het leven
sterker dan het graf.
Hij ademt onze vrede.
Met zijn gewonde handen
bouwt hij aan een wereld
zonder schaduw, zonder duisternis.
Hij is nog steeds bij ons
en vraagt ons Hem te volgen naaar Galilea.
Daar zullen we Hem herkennen
in de kleine mens
in elke zwerver
in elke zonderling.

Manu Verhulst

Naar boven


Het potlood

Een kleinkind keek naar zijn grootvader die een brief aan het schrijven was. Op een gegeven moment vroeg hij: grootvader, schrijf jij een verhaal over wat wij samen hebben meegemaakt? Of schrijf je misschien een verhaaltje over mij? De grootvader stopte met zijn brief, glimlachte en zei: ik schrijf inderdaad over jou. Maar belangrijker dan de woorden die ik schrijf is het potlood waarmee ik het schrijf.
Ik zou willen dat je later, als je groot bent, net zoals dit potlood wordt. Het is toch maar een gewoon potlood, zei het kind? Het is maar hoe je het potlood bekijkt, zei de grootvader, dit potlood heeft 5 bijzondere dingen, die jou tot iemand zullen maken, die altijd in vrede zal leven met de wereld en met zichzelf.
Ten eerste: je zult misschien de grootte daden verrichten, maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die je leidt…
Ten tweede: af en toe moet ik stoppen met schrijven, om de punt te slijpen. Daardoor heeft het potlood een beetje pijn, maar het wordt er scherper van. Dus je moet wat pijn kunnen verdragen, het maakt je tot een beter mens.
Ten derde: als je met een potlood schrijft, kan je altijd uitgommen wat je eerder schreef. Hier is de les dat corrigeren wat we gedaan hebben niet slecht is, maar wel belangrijk om rechtvaardig door het leven te gaan.
Ten vierde: het belangrijkste van het potlood is niet het hout of de buitenkant, maar het grafiet dat erin zit. Wees dus steeds bezorgd om wat er binnen in je gebeurt!
Ten vijfde: wat een potlood nu net zo bijzonder maakt, hij laat altijd een spoor achter.
Besef goed dat alles wat je in je leven doet, sporen zal achterlaten; probeer je daar voortduren van bewust te zijn.

Schrijven noch spreken
geen woord kan zich verheffen
zonder luisteraar.


Freddy Taghon

Naar boven


Met een graf kan je niet leven

"In 't begin zou ik iedere dag naar 't kerkhof gelopen zijn... Maar daar kom je wel van terug. Met een graf kun je niet leven”.
Zij zegt dit zonder veel bitterheid.
"En Allerheiligen, zegt u dat iets?”
"Dat betekent voor mij de jaarlijkse schoonmaak van het graf, en enkele beleefde bemoedigingen van de familie, zoals elk jaar terug. Het is allemaal goed bedoeld, maar het staat zo ver buiten het leven. Het heeft de schijn van een plichtpleging waar men niet aan uit kan en waar men tegelijk geen weg mee weet."

"Neen, naar 't kerkhof ga ik bijna nooit.
Ik zorg altijd dat er een bloempje bij zijn foto staat, hier op de kast.
Hier kan ik nog eens met hem praten. Hier is hij nog thuis, vind ik...”
"En met Allerheiligen?”
"Dat zegt me niks!
Dan komt zijn familie wel eens langs, om de chrysanten te laten zien, die ze dan op het graf gaan zetten.”

"Het najaar maakt me altijd heel triestig. Misschien omdat hij in deze periode ziek werd en achteruitging.
Ik beleef de novembermaand altijd als een grote angst.”
"En Allerheiligen?”
"Dan is het nog slechtst van al.
Dan vraag ik altijd aan de dokter of hij mij iets kan geven. Anders zou ik er niet door geraken.”
Allerheiligen is voor mensen in rouw een droeve herinnering, een dag om te verwensen.
Onze dodenverering gaat aan de persoonlijke tragedie van de mensen voorbij.
Met al de chrysanten, de plastic bloemen en de opgedirkte graven wordt geen leed gesust en geen vraag beantwoord.
De herinnering aan de dode, het verdriet en de vraagtekens worden teruggespoeld naar het privévlak. Ieder moet maar trachten daarmee met zichzelf in het reine te komen.


"Mijn man is gestorven toen ik in verwachting was van Danny, en dat heeft me er feitelijk doorheen geholpen.
Ik moest voortdurend denken hoe dit kind reeds bestond en leefde, maar toch op een heel andere wijze dan ik.
Waarom zou mijn man•niet even dicht bij mij kunnen verder leven, op een nog andere manier? Zoals ik met dit kind reeds kon praten voor het geboren was, zo ben ik ook met mijn man blijven spreken en dat doe ik nog.”
Kent een mensenbestaan geen verschillende fasen? Daar is de periode in de moederschoot: warm geborgen, alle lusten worden bevredigd en toch is deze fase niet definitief want er komt het ogenblik van de brutale uitstoting om op een andere, een hogere wijze te kunnen bestaan.
Zo kunnen we mens-zijn: bewust, ondernemend en gelukkig.
Toch is ook deze fase niet definitief. De dood blijkt nog een brutaler overgang te zijn naar een andere wijze van bestaan.
Allerheiligen: Met een graf kan je niet leven

Naar boven