Okra
Okra cirkels


Printversie
Reis naar Scherpenheuvel en Beringen-mijn

Jaarlijks, en dit sinds het ontstaan van Okra (toen sprak men nog van de KBG of meer gemeenzaam 'Den Bond'), vormt de gewestelijke of regiobedevaart een vast onderdeel van ons programma. In de vijftigerjaren was dit zelfs voor velen van de toenmalige leden de eerste georganiseerde daguitstap waarbij in de beste Vlaamse bedevaarttraditie het sacrale gebeds- of bezinningsmoment gevolgd wordt door een uitbundig genieten.

Ditmaal ging de tocht naar vermoedelijk het oudste Vlaams bedevaartsoord namelijk Scherpenheuvel in het noordoosten van Vlaams Brabant en op de grens van de provincies Antwerpen en Limburg.

Scherpenheuvel heeft zijn naam niet gestolen: op het hoogste steile punt van de streek werd op last van de Aartshertogen Albrecht en Isabella een basiliek gebouwd op de plaats waar omheen een mariabeeldje de plaatselijke bevolking reeds eeuwenlang kwam bidden.

Albrecht en Isabella, Spaanse landvoogden onder wiens bewind de zuidelijke Nederlanden in de vroege zeventiende eeuw een periode van rust en economische bloei kenden, zijn geen onbekenden voor een Lovendegemnaar: het waren zij die octrooi verleenden tot het graven van het kanaal Gent – Brugge en die dus eigenlijk onrechtstreeks meegeholpen hebben aan het ontsluiten van Lovendegem.

Op donderdag 11 september, de laatste dag van de over drie dagen gespreide regio-bedevaart, waren circa 1.100 Okra’s aanwezig in de achter de eigenlijke basiliek gebouwde Mariahal. In een sobere maar juist daarom des te indrukwekkender plechtigheid werd door onze proost André Quintelier de H.Mis opgedragen. Het thema van onze bedevaart stond geheel in het teken van 'Liefde gaf U duizend namen'.

Het slotlied, meegezongen door duizend aanwezigen, verwoordt perfect het thema van deze dag, onze verwachtingen en intenties maar ook onze hoop en dankzegging:
Scherpenheuvel 1 Scherpenheuvel 2008 1
Hier komt het (wijze: Liefde gaf U duizend namen):

Liefde gaf U duizend namen
Diep geworteld in het hart
Van de pelgrims die hier kwamen
Zochten naar een nieuwe start
Leid ons door de nieuwe tijd
Naar de weg van eeuwigheid
Als beschikbaar voor de anderen
Werken aan een leefbaar Vlaanderen
Lieve moeder van ons Vlaanderen.

Schenk ons nu Uw milde zegen
Als de moeder van de vree
Waar wij gaan langs Vlaand’rens wegen
Ga met ons een eindweg mee
Blijf bij ons in vreugd’ en pijn
Toon dat wij Uw kind’ren zijn
Zelfs als tijden sterk veranderen
Wees de Lieve Vrouw van Vlaanderen
Moeder, Lieve Vrouw van Vlaanderen.

Laat ons nu Uw liefde tonen
Aan de wereld om ons heen
Waar wij gaan en waar wij wonen
Lieve Vrouwke, er is geen
Als de moeder die gij zijt
Die ons van de angst bevrijdt
Wij met Okra en veel anderen
Bidden voor een gastvrij Vlaanderen
Liefste, Lieve Vrouw van Vlaanderen.


Scherpenheuvel 2 Scherpenheuvel 2008 2
Scherpenheuvel 3 Scherpenheuvel 2008 3
Scherpenheuvel 4 Scherpenheuvel 2008 4
Scherpenheuvel 5 Scherpenheuvel 2008 5
Scherpenheuvel 6 Scherpenheuvel 2008 6
Scherpenheuvel 7 Scherpenheuvel 2008 7

Het tweede gedeelte van onze bedevaart lag meer oostelijk en had de Limburgse mijnstreek als bestemming. Maar eerst diende de inwendige mens versterkt en dat was de reden waarom we een tussenstop maakten in het Kempisch dorpje Paal. We hadden er immers afspraak met chef-kok Peter Daniëls van het gelijknamige restaurant. Bij onze voorafgaande verkenning had hij ons een culinair hoogstandje beloofd en dat kregen we: Agnes Sorelsoep – Kalfsgebraad met roze pepersaus – puree met verse tuinkruiden - jonge prei met spekjes en als dessert een royale portie hemelse tiramisu.

Het centrale doel van onze tocht was Beringen-mijn, het stadje gebouwd rond de schachttorens van een kolenmijn en in de schaduw van een enorme terril. Beringen geeft een uniek beeld van de manier waarop in de eerste helft van de twintigste eeuw het patronaat zijn werknemers aan zich bond. Beringen-mijn is hiervan een uniek voorbeeld van hoe de toenmalige arbeider van de wieg tot het graf (be-)geleid werd door zijn werkgever en hoe door allerlei ingrepen voorzieningen en verplichtingen de werknemer (en zijn gezin) bijna letterlijk onderdeel werden van de fabriek of de mijn.

De mijndirecties, veelal kapitaalgroepen of hoogoveneigenaars uit Noord-Frankrijk en Wallonië en dus uiteraard Franstalig, voorzagen ongeveer in alles: (bewaar-)scholen, lagere en beroepsscholen, klinieken, ontspannings- en feestlokalen, winkels, herbergen. Zij sponsorden muziekkorpsen, toneel- en sportverenigingen (voetbal). Zij bouwden honderden woningen verspreid over tientallen 'Tuinwijken' naar Engels model. Voor de mijnwerkers voorzag men voor die tijd luchtige en vrij ruime woningen met bloementuintje vooraan en moestuin achteraan; de bedienden woonden in andere tuinwijken met andere types van woningen en de ingenieurs, meestergasten en schietmeesters kregen in nog een andere wijk nog mooiere woningen. De mijndirecteur uiteindelijk had een kasteeltje tot zijn beschikking. Voor de mijndirectie werd terug, naar Engels model een club opgericht, het 'Casino'. Men kan in Beringen nog altijd het 'Melkhuisje' bezoeken waar de mijnwerkersvrouwen gratis melk konden afhalen. Men dacht immers (fout weliswaar) dat het drinken van melk stoflong kon verhinderen.

Met onze gids hebben we nadien ook de Mijnkathedraal St.-Theodardus bezocht. Ook dit kerkgebouw werd door de mijndirectie bekostigd. Zij werd gebouwd tussen 1939 en 1943. De kerk is een opmerkelijk staaltje van metselaarsvakmanschap. Uniek is het feit dat ook de torenspits gemetst is en dat de toren steunt op een hydraulisch systeem dat toelaat de mogelijke verzakkingen van de ondergrond te compenseren.

De kerk, sinds 1985 een beschermd monument, is opgetrokken in Byzantijnse stijl. Binnenin is het vrij donker wat moet verwijzen naar de donkere mijngangen. Ook de prachtige enorme glasramen geleverd door Val-St.-Lambert dragen bij tot de aparte sfeer binnenin. Rondom de kerk zijn er galerijen met spitsbogen die op hun beurt verwijzen naar mijnschachten en gangen.

Ook een bezoek aan de Fatih Moskee stond op ons programma. Deze geeft een uniek accent aan het multiculturele Beringen. De bouwstijl in Ottomaanse architectuur is duidelijk herkenbaar aan de twee ronde minarettorens (26 m hoog) en de grote centrale koepel. Het speciale karakter van het interieur wordt mee bepaald door de mooie handgeschilderde wandtegeltjes, de enorme centrale luster en het prachtige tapijt waarin de individuele plaats van iedere knielende gelovige wordt aangeduid. De gids wijdde ons in, in de basisrituelen of de vijf zuilen van de Islam: de geloofsbelijdenis – het ritueel gebed – het vasten – de bedevaart naar Mekka en het geven van aalmoezen. We leerden wat rituele wassingen zijn, het Vrijdaggebed en de rol van de imam of gebedsleider.

Na enig geharrewar aan de ingang van de Moskee (iemand vond zijn schoenen niet meer terug) was het tijd voor ons bezoek aan het Vlaams Mijnmuseum. We hadden gekozen voor een volledig arrangement zodat we na de onthaalfilm en de rondleiding in het museum zelf konden kennismaken met het leven van de mijnwerker d.m.v. een ondergrondsimulatie die benauwend dicht de werkelijkheid benaderde. Ik denk dat iedere aanwezige onder de indruk was van de wijze waarop tot voor enkele jaren 1000 meter onder de grond kolen gedolven werden. Ik geloof dat vanaf nu iedereen die er bij was alleen maar met het grootste respect zal spreken over onze mijnwerkers. Urenlang te midden van het oorverdovende lawaai veroorzaakt door tientallen pneumatische boorhamers, het gesis van persluchtleidingen, het geratel van kolenwagentjes en diesellocomotieven, omhuld door kolenstof, met letterlijk kolengruis in alle lichaamsopeningen en voortdurend bedreigd door mijngas, doorbraken van water, mogelijk instortingen van mijngangen en daarbij ook nog verplichte productienormen moeten halen is volgens mij een met niets vergelijkbare arbeidsprestatie. Dat daar een mooi loon en een interessant pensioen tegenover stond is niet meer dan billijk.

Hoe konden we beter de dag besluiten door in het mijnmuseum zelf, omgeven door de immense schachttorens te genieten van een heerlijke koude schotel klaargemaakt en opgediend door de 'Vrienden van de Mijn', een groep enthousiaste vrijwilligers die er alles aan doen om de herinnering aan het mijnverleden levendig te houden.

Het was in alle opzichten een prachtige dag. (T.M.)


Naar boven