Okra
Okra cirkels


Printversie
Reis naar Tienen en zijn suikerfabriek - 5 november 2010


Naast een viertal daguitstappen organiseert Okra Lovendegem per jaar een tweetal budgetvriendelijke uitstappen waarvoor we gebruik maken van het openbaar vervoer. Hierbij hebben we twee doelstellingen: 1. Het gebruik van bus, tram, metro en trein promoten en 2. maximaal profiteren van het prijsvoordeel dat groepsbezoeken opleveren. Daartoe selecteren we een aantal bestemmingen die buiten het strikt toeristische vallen maar wel een educatief karakter hebben: we reizen immers ook om te leren.
Onze tocht bracht ons op vrijdag 5 november naar Tienen.
Tienen (32.000 inwoners) situeert zich in de provincie Vlaams-Brabant ten zuid-oosten van Leuven en ligt op de grens van enerzijds het Hageland en anderzijds Haspengouw. De stad die een centrumfunctie uitoefent ten voordele van de omliggende hoofdzakelijk agrarische gemeenten ligt langsheen de Grote Gete (Tiense Gete) en op enkele kilometer van de officiële taalgrens.
Zowel het Hageland als Haspengouw zijn nog steeds uitgesproken landbouwgebieden met een rijk aanbod aan groenten en fruit die door de producenten op de markt gebracht worden middels een aantal veilingen in St.-Truiden en Herk De Stad.
Naast de aanplant van groenten, tarwe en fruitbomen op de zacht glooiende hellingen valt de aanwezigheid op van enorme velden suikerbieten waarop vanaf oktober hel gekleurde tractoren en indrukwekkende machines bezig zijn de bieten te ontkoppen en ze in één gang te rooien en te laden op reusachtige vrachtwagens.
Dat de suikerbiet voor Europa nu al ruim 200 jaar de leverancier is van onze suikers heeft alles te maken met de continentale blokkade onder Napoleon. Immers het suikerriet dat tot het einde van de achttiende eeuw de bron was van de suikerproductie, bereikte door deze blokkade Europa niet meer. En het was Napoleon die de opdracht gaf om massaal suikerbieten te telen en suikerfabrieken op te richten, ook in Vlaanderen. In de negentiende eeuw werden aldus in Vlaanderen op verschillende plaatsen suikerfabrieken opgericht (Moerbeke, Veurne…) maar in de loop der jaren is het merendeel verdwenen of opgeslorpt door anderen.
De Tiense suikerfabriek werd opgericht in 1836, kort na de onafhankelijkheid van België. Aanvankelijk is het enkel een suikerfabriek die enkele maanden per jaar bieten verwerkt tot zogenaamd ‘Diksap’, een dikke suikerhoudende stroop. Het is pas later, in 1880 dat aan de fabriek een suikerraffinaderij wordt toegevoegd zodat de fabricatie van kristalsuiker mogelijk wordt.
We hebben in de Tiense suikerfabriek het volledige traject gevolgd waarbij de suikerbiet omgezet wordt tot het welgekende klontje. Het is een tocht geworden van circa 1 kilometer lang vanaf de losplaats tussen metershoge inoxapparatuur om te eindigen bij de volautomatische machines die de klontjes verpakken.
Wat ons opviel: het gehele proces verloopt in de meest hygiënische omstandigheden (zelfs wij dienden onder onze witte veiligheidshelm een haarnetje te dragen) en de weinige personeelsleden die er rondlopen zijn hoofdzakelijk belast met toezicht en (labo-) controles.
Op de losplaats hebben we het aan- en afrijden van de camions gevolgd die dagelijks vanaf 4 uur, tussen de 12.000 en 18.000 ton bieten (circa 500 camions per dag) aanvoeren zes dagen op zeven. De fabriek zelf werkt gedurende de bietenoogst de klok rond, zeven dagen op zeven. Vooraleer te verdwijnen in de enorme silo’s
wordt elke camion gewogen en het tarra gewicht bepaald. Op hetzelfde ogenblik wordt automatisch diep in de laadruimte een staal van 50 kg genomen waarbij het suikergehalte en de aanwezigheid van aarde wordt bepaald: de kweker wordt betaald per kilogram aangevoerde bieten zonder afvalstoffen (aarde, bietenloof en stenen) EN volgens het suikergehalte van de biet.
Automatisch worden de bieten getransporteerd langs een ondergrondse tunnel naar de twee wasinstallaties waar ze onder zeer hoge druk gewassen worden en ontdaan van sprietvormig aangroeisel,
onkruid en stenen. Van hieruit gaat de bietenstroom naar de snijmolens waar de bieten in fijne reepjes gesneden worden. Deze reepjes gaan via een lopende band naar een continue werkende tientallen meters lange diffusor waar ze onder invloed van de stroom warm water waarin ze zich voortbewegen progressief hun suiker afgeven.
Na dit proces bekomt men een vloeistof die ter plaatse ‘ruwsap’ genoemd wordt maar dat nog altijd een aantal stoffen bevat die niet bruikbaar zijn bij de productie van suiker: natrium, pectines, eiwitten, metalen en resten van landbouwmeststoffen.
Men moet dus dit ruwsap eerst zuiveren en dit gebeurt door het toevoegen van ongebluste kalk en koolzuurgas (carboniseren). De
toren waarin één en ander plaatsvindt is tientallen meters hoog. Door dit filteren verkrijgt men een helder vocht dat men ‘Dunsap’ noemt. Hierin is het suikeraandeel 15 tot 16% maar ook nog, afhankelijk van de bemesting tijdens de groei en het bietenras zelf,een hoeveelheid aminozuren die men ter plaatse schadelijke stikstof noemt.
Vervolgens wordt het dunsap in reusachtige verdampers ingedikt totdat het sap nu een suikergehalte van 70% bereikt en nu spreekt men van ‘Diksap’.
Aangezien het suikergehalte per dag sterk daalt eens de bieten geoogst zijn, moet het boven geschetste programma zo vlug als mogelijk na de oogst gebeuren, dus in de dagen onmiddellijk na het rooien. In iedere suikerfabriek gaat het werk gedurende de drie
maanden van de suikercampage onafgebroken door. In iedere suikerfabriek wordt ‘Diksap’ gefabriceerd dat ofwel direct omgezet wordt in suiker ofwel gestockeerd wordt in gigantische silo’s in afwachting van de verdere bewerking in een zogenaamde suikerraffinaderij. Tienen doet beiden: het is de grootste suikerfabriek van België en is bovendien nagenoeg de enige raffinaderij. Op de terreinen (tientallen hectaren) staan reusachtige opslagsilo’s met ‘diksap’ dat ofwel in de eigen raffinaderij zal verwerkt worden tot diverse suikers of geleverd aan filialen van Tiense Suikers in België of
het buitenland. In het bietenseizoen maakt men gebruik van eigen vaste arbeiders aangevuld door tijdelijke krachten. Daarbuiten blijft het vaste personeel in dienst want dan begint het verwerken van de enorme hoeveelheden ‘Diksap’ o.a. in de eigen raffinaderij. Het voortdurend aan- en afrijden van citernewagens van alle nationaliteiten bewijst dat de Tiense suikerfabriek leverancier is van Diksap aan honderden andere bedrijven (brouwerijen, industriële bakkerijen, confituurfabrieken, snoepproducenten enz.).
Nog een woordje over de raffinage. Hierbij voegt men aan het diksap poedersuiker toe (‘enten’) dat bij het verder indikken van de massa
kristallen zal vormen. Wanneer men nu deze vloeistof centrifugeert bekomt men drie zaken: (vochtige) kristalsuiker, de pulp (bruikbaar als veevoer) en melasse. Melasse bevat nog altijd suiker en wordt geleverd aan gist- en spiritusfabrieken voor de
alcoholproductie. Na droging van de vochtige kristalsuiker is deze klaar voor zijn verdere bewerking tot de klassieke suiker voor huishoudelijk gebruik, tot klontjes, tot poedersuiker, kristalsuiker maar ook voor tientallen andere (industriële) toepassingen.
Het aanvankelijk familiaal bedrijf is na een aantal overnames en fusies in deze tijd van globalisering en zelfs mondialisering niet langer een zelfstandig Belgisch bedrijf. Sinds
1990 is Tiense Suiker een onderdeel van het Duitse Südzucker dat met een productie van vijf miljoen ton suiker per jaar de grootste suikerproducent van Europa geworden is.
Wat ons verder is bijgebleven: het gigantische van de installaties, de verrassende netheid van alles (alles in roestvrij staal, betegelde wanden) want uit een vroeger bezoek aan de inmiddels verdwenen
suikerfabriek van Moerbeke herinnerde ik mij vooral veel modder, stank en hitte. Wij hebben ook gezien hoe het bedrijf omgaat met het milieu: de geurhinder is weliswaar nog steeds aanwezig maar beperkt, uit de drie schouwen en de koeltoren komt alleen gewassen, onschadelijke rook en waterdamp en het gebruikte water wordt in bekkens 10 kilometer verderop gezuiverd en opnieuw gebruikt in plaats van zoals ooit ongezuiverd in de Gete gestort te worden. Het was mede door toedoen van onze twee vrouwelijke gidsen een zeer leerrijk, weliswaar vermoeiend, bedrijfsbezoek. (Tony Mestdag)
Naar boven