Okra
Okra cirkels

Printversie
Okra bezoekt Zeebrugge en Lissewege - 19 mei 2010


Okra Lovendegem streeft bij ieder van zijn daguitstappen een dubbel doel na:
1. Zijn leden informeren (educatief gedeelte) als onderdeel van het “Levenslang Leren”
2. Het geheel overgieten met een cultureel sausje; (vormend gedeelte)
Voor onze dagtocht van 19 mei stond de haven van Zeebrugge op het programma met aansluitend een gegidst bezoek aan een van de mooiste dorpen van Vlaanderen: Lissewege.
Brugge dat zijn middeleeuwse bloei en rijkdom te danken had aan de lakenhandel met het buitenland werd door de verzanding van zijn voorhavens, Damme en Sluis, zo goed als afgesloten van de zee en dreigde vanaf de achttiende eeuw zijn status van meest welvarende stad ten noorden van Parijs te verliezen. Brugge werd een dode slapende stad zoals treffend verwoord in de roman Bruges La Morte van Georges Rodenbach.

Het waren een aantal West-Vlaamse politici die Leopold II ertoe brachten Brugge opnieuw aansluiting te laten vinden met de Noordzee en aldus langs zijn haven contact te hebben met een Europese afzetmarkt. In de periode1896 tot 1905 werd het Boudewijnkanaal gegraven tussen de bestaande Brugse binnenhaven en de Noordzee. Dit kanaal, 12 km
lang en toegankelijk voor kleinere zeeschepen betekende ook de geboorte van Zeebrugge. Maar ook  Zeebrugge werd in deze periode uitgebouwd van een vissershaven tot een volwaardige zeehaven. Een ver in zee uitstekende strekdam bood bescherming en vormde tevens de kaaien waaraan zeeschepen konden gelost en geladen worden.
De Boudewijnsluis liet toe dat meer naar het binnenland toe de schepen toegang kregen tot de binnenhaven waar op die manier een getijdenvrije haven mogelijk werd.
In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw werd de haven verder uitgebouwd waarbij o.a. twee strekdammen van circa 4 km elk een enorme uitbreiding toelieten van de havenkom en dat zelfs de grootste tankers, Ferryschepen en gastankers toegang kregen tot Zeebrugge. De recente bouw van de 500 m lange Pierre Van Damme-sluis maakt het mogelijk dat de grootste zeeschepen toegang krijgen tot de Zeebrugse achterhaven.
Op dit ogenblik, begin van de 21ste eeuw, blijkt Zeebrugge ook aantrekkelijk voor de reusachtige cruiseschepen die telkens duizenden reizegers naar het Europese vasteland brengen om ze vanuit Zeebrugge te laten kennismaken met onze Belgische en Europese cultuursteden. Onze Lovendegemse busmaatschappij Strobbe is één van de busmaatschappijen die op
regelmatige basis de deelnemers aan een cruise laat kennismaken met onze cultuursteden. In de haven van Zeebrugge vinden we ook de gasterminal, aanvankelijk voornamelijk voor Algerijns vloeibaar gemaakt aardgas aangevoerd door de in België gebouwde gastanker Methania, tegenwoordig ook voor aardgas aangevoerd door onderzeese pijleidingen vanuit Noorwegen en
vanaf booreilanden in de Noordzee. Ook wordt Zeebrugge uitgebouwd als terminal voor de aan- en afvoer van auto’s. Toyota bijvoorbeeld voert zijn auto’s bestemd voor de Europese markt in langs Zeebrugge,waar ze in een vijf verdiepingen tellende parkeergarage in afwachting van hun verdere doorvoer gestockeerd worden.
Er bestaat denkelijk geen betere manier om de geschiedenis van de haven te leren dan door een bezoek aan Sea-front, een enorme tentoonstelling in de gebouwen van de oude vismijn van Zeebrugge. We werden ontvangen met een koffie in de gelagzaal van deze
tentoonstellingsruimte waarna twee gidsen ons op sleeptouw namen voor een bezoek aan een educatieve voorstelling omtrent het ontstaan van de Noordzee tot de werking van een vismijn, inbegrepen het verloop van een visveiling.
Op het programma stond ook een bezoek aan de Russische duikboot afgemeerd in de vroegere vissershaven. Zeker dit bezoek zal ons bijblijven al was het maar door de wijze waarop onze gidsen ons doorheen de boot loodsten; deze mastodont van 92 m lengte met een breedte van 7,50 m had een bemanning van 74 man die verdeeld over het schip maanden op zee doorbrachten.
De boot zelf is met waterdichte schotten onderverdeeld in een aantal compartimenten. De doorgang van het ene tot het andere compartiment gebeurt door smalle deuren of doorheen cirkelvormige doorgangen ter grootte van een fietswiel waardoorheen men zich met een speciale techniek wurmt.
Voor onze Lovendegemse Okra’s was dit bezoek aan deze uit de Koude Oorlog daterende sovjet-onderzeeër iets dat nog lang zal bijblijven: het bijna claustrofobische gevoel opgesloten te zitten in een stalen kist, omgeven door buizen, kabels, apparatuur, wijzers en kranen,
nauwelijks ruimte om rechtop te staan met het gedreun van motoren en het gesis van de airconditioning als constant achtergrondgeluid. Ik denk dat iedereen blij was toen hij/zij opnieuw de buitenlucht kon opsnuiven en op het lichtschip Westhinder arriveerde.
Wij hebben ons bezoek aan Zeebrugge afgerond met een havenrondvaart aan boord van een nagelnieuwe rondvaartboot. Het is hier ook dat we genoten hebben van een rijkelijke culinaire visschotel.
     

De tocht naar Lissewege

Na het middagmaal hadden we in Lissewege een afspraak met onze twee vrouwelijke gidsen.
Eens buiten Zeebrugge zien we al vrij vlug de toren van de O.L.Vrouw-Bezoeking-kerk. De massieve toren zonder spits domineert de polderstreek tussen Brugge en Zeebrugge.
Lissewege is een van de polderdorpen wiens grondgebied in de loop van de eeuwen op de zee werd veroverd. En deze zilte, zoute poldergrond vormde eeuwenlang de rijkdom waarvan o.a. Brugge de vruchten plukte. Op deze gronden graasden vanaf de eeuwwisseling duizenden schapen wiens wol ter plaatse verwerkt werd tot lakenstof. En het was dit laken dat vanuit Brugge en zijn voorhavens Damme en Sluis tot in de verste uithoeken van Europa verhandeld werd. Het was deze handel, later uitgebreid met een aantal andere producten en door de koopmansgeest van de Bruggelingen, die van Brugge het Venetië van het Noorden maakte. Het is duidelijk dat Lissewege en alle polderdorpen langsheen de kust mee profiteerden van de bloei van Brugge. Dit is een van de redenen dat dit onooglijk polderdorp het zich kon veroorloven een kerk te bouwen die veel te groot was voor zijn aantal inwoners en veel te duur: de aanvoer van Doornikse blauwsteen moet indertijd schatten gekost hebben. Historici hebben ook het idee geopperd dat deze monumentale kerk onderdeel vormde van een door de hospitaalridders opgezet netwerk van halteplaatsen op weg naar Santiago de Compostella en meer bepaald voor de bedevaarders uit het Noorden van Europa. Op deze manier zou de Lisseweegse bevolking door schenkingen de financiële middelen verkregen hebben om een kerk van deze afmetingen te bouwen. Wat er ook van zij, de 50 meter hoge kerktoren (de top op 264 trappen boven de grond) is imposant en heerst over de massa kleine witgeschilderde huisjes met rood dak ver beneden hem gerangschikt langsheen smalle kronkelige gekasseide straatjes van het dorp. Niet zonder reden is Lissewege uitgeroepen tot één der 10 mooiste en authentieke Vlaamse dorpen.
Wij hebben met onze gidsen het interieur van de kerk bezocht. En dit interieur is even indrukwekkend als de toren. De bouwers van deze kerk (tussen 1230 en 1270) zijn erin geslaagd door het oordeelkundig aanwenden van de vroeg gotische baksteengotiek de lichtinval optimaal te maken: er is geen verschil tussen het buitenlicht en het licht binnenin.
De drie brandramen in het koor filteren het licht maar breken het niet. Het kerkmeubilair (doksaal, preekstoel en orgelkast), het werk van de lokale beeldhouwer Walram Romboudt uit het midden van de zeventiende eeuw, is opzettelijk licht gehouden. Het orgel zelf werd dankzij het mecenaat van een naar Amerika uitgeweken Lissewegenaar gerestaureerd. De kerk bezit ook een aantal 16de en 17 de eeuwse schilderijen.
De gids nam ons ook mee voor een rondgang in het dorp waarbij het traject o.a. het gekanaliseerde ‘Vaardeken’ volgt. Dit kanaaltje vertrekt in Brugge en werd gebruikt om goederen te transporteren van en naar Brugge. Lissewege is momenteel een toeristische trekpleister zonder de typische nadelen van dat toerisme: geen winkeltjes met allerlei toeristische prullaria, geen schreeuwerige reclames en uithangborden, geen overdreven geluid, en een verkeersluwe dorpskern.
We hebben ook de oude pastorij bezocht inmiddels omgebouwd tot lokaal ontmoetingscentrum en een klein museum waar een 150-tal heiligenbeelden verzameld zijn.
Een paar kilometer buiten het centrum van Lissewege hebben we ook de tiendenschuur van de voormalige abdij ter Doest bezocht.
Deze aanvankelijk benedictijnen- later cisterciënzer-abdij was eigenlijk een filiaal van de Ter Duinen-abdij in Koksijde en werd tijdens de godsdienstoorlogen in 1571 compleet verwoest door de geuzen. Alleen de schuur lieten ze ongemoeid. De rest van de gebouwen die niet vernield werden
biedt nu onderdak aan een klasse restaurant annex hotel maar de schuur waar ooit de oogst van de 40 hectare landerijen van de abdij werd opgeslagen staat er nog altijd. Het is de grootste schuur van Europa: gebouwd rond 1280 met een lengte van 54 meter, een breedte van 23 meter en een gevelhoogte van 30 meter. De schuur is gebouwd met ter plaatse gevormde en gebakken baksteen: de zgn. moeften van 35 x 17 met een dikte van 10 cm en met een gewicht van 5 kg.
Voornamelijk het dakgebinte is uniek in zijn soort: totaal 203 kubieke meter eikenhout uit plaatselijke bossen is erin verwerkt. De verbindingen zijn van het pen en gat-type en zijn nog altijd origineel. Enkele jaren terug werd het volledig dakgebinte gerestaureerd en behandeld tegen houtrot. Enkele balken zijn toen
noodzakelijkerwijze vernieuwd. Het dak is bedekt met pannen ter plaatse gevormd en gebakken uit jonge zeeklei.
Het is voor die schuur dat de fotograaf van dienst een foto heeft gemaakt van onze Lovendegemse Okra’s. Wij hebben onze dagtocht afgesloten met een broodmaaltijd in Huize Saeftinghe genoemd naar de lekenbroeder Willem Van Saeftinghe die in 1302 deelnam aan de Guldensporenslag. Op de hoek van het Dorpsplein staat hij
in vol ornaat zoals hij ooit beschreven werd door Hendrik Conscience: een imposante man in zijn pij van ruw geweven stof en op sandalen. Een groepje leliaards en verderop een groep klauwaerts omringen hem.
Negentien mei is voor onze Okra’s een memorabele dag geworden die nog lang zal herinnerd worden: ons bezoek onder een dreigende hemel aan de haven en de Russische duikboot, onze rondvaart binnen de haven en onze lunch aan boord afgerond met een bezoek, inmiddels
onder een stralend zonnetje, aan een der mooiste dorpen die Vlaanderen rijk is. (T.M.)
     
Naar boven