Okra
Okra cirkels

OuderenWijzer

Printversie
NIEUWSBRIEF Nr. 33
juli 2010

A. Woordje van de voorzitter

Waarde Okra-lid, Beste Okra-vriend en -vriendin,

Hierbij vindt u het vervolg op de in nummer 32 verschenen tekst “Wat te doen wanneer uw partner overlijdt”.
Voor onze eerste verkeerstest kregen we een twintigtal antwoordbladen terug. Twee deelnemers, Robert Termont en Jacques Meiresonne, leverden een volledig juist antwoordblad binnen zodat een “onschuldige hand” de definitieve winnaar moest aanduiden. Het werd uiteindelijk Jacques Meiresonne die één dezer dagen zijn prijs zal ontvangen. Met 9/10 wordt de familie Boonaert derde en Monique Van Hecke wordt met 8/10 vierde. Proficiat aan alle deelnemers.
Waar ik tezelfdertijd zeer blij om ben is dat deze test aanleiding heeft gegeven tot gesprekken en discussies omtrent de verkeerswetgeving en bij uitbreiding tot de mobiliteitsproblematiek in het algemeen. Mobiliteit van de senioren is ten andere het jaarthema van het komende werkingsjaar.
In de nummers 32 en 33 en onze “OUDERenWIJZER” publiceren we twee nieuwe vragenlijsten. Wij verwachten uw antwoorden (het strookje volstaat) voor 20 augustus p/a Schoordam 16.
Rond de jaarwisseling organiseren we in Lovendegem een volledige verkeerscursus gespreid over 4 namiddagen (één per week) toegespitst op Lovendegemse toestanden. De deelnemers ontvangen op het einde een attest.

Tony Mestdag

Naar boven

B. Wat te doen wanneer uw partner overlijdt (deel 2)

Een aantal instanties inlichten

De werkgever
Indien uw partner als loontrekkende werkte moet de werkgever zo snel mogelijk worden ingelicht van het overlijden. Hij zal u een uittreksel uit de overlijdensakte vragen. Ook zorgt hij ervoor dat alle verschuldigde lonen (tot op de dag van het overlijden), vakantiegelden en premies worden uitbetaald.

De boekhouder
Indien uw partner als zelfstandige werkte moet het overlijden onder meer gemeld worden aan het sociaal verzekeringsfonds, de BTW-administratie, de griffie van de rechtbank van Koophandel en de directe belastingen.
De boekhouder van uw partner kan u hierbij wellicht adviseren. Hij kan ook contact opnemen met klanten en schuldeisers en advies geven over wat met de zaak van de overledene moet gebeuren.
Indien uw partner een vervangingsinkomen had (ziekte-uitkering, werkloosheidsuitkering, leefloon…)
De instelling die de uitkering betaalde moet in dit geval worden ingelicht. Dit kan ondermeer de werkloosheidskas, het ziekenfonds of het OCMW zijn.
Indien uw partner met pensioen was
In dit geval moet u niets doen. De gemeente waar uw partner woonde brengt de dienst pensioenen automatisch op de hoogte van het overlijden.

Het ziekenfonds
Ook bij het ziekenfonds moet u een uittreksel uit de overlijdensakte binnenbrengen. Tegelijk kunt u de SIS-kaart van uw partner afgeven. Wanneer u de facturen van de begrafeniskosten indient zal het ziekenfonds in bepaalde gevallen een deel van deze kosten vergoeden.
Het ziekenfonds past meteen uw hoedanigheid van verzekerde aan (U bent nu weduwe/weduwnaar en alleenstaande…).
Ambtenaren en gepensioneerde ambtenaren hebben recht op een begrafenisvergoeding. Die bedraagt gewoonlijk één maand loon of pensioen.
U kunt de vergoeding aanvragen bij de overheidsdienst waarvoor Uw partner werkte of bij de dienst Pensioenen.

De Directie voor inschrijving van voertuigen (DIV)
Als uw partner een auto of een ander motorvoertuig had, moet de kentekenplaat ervan teruggestuurd worden naar de Directie voor inschrijving der voertuigen. Wanneer u de auto van uw partner wenst te behouden kunt u de kentekenplaat overnemen indien u getrouwd of wettelijk samenwonend was.
Ook in dat geval dient u de DIV op de hoogte te brengen zodat de wagen op uw naam kan overgeschreven worden.

De verzekeringsmaatschappijen
De lijst van verzekeringen die uw partner mogelijk had kan uitgebreid zijn. Iedere maatschappij waarbij uw geliefde een verzekering afgesloten had moet worden ingelicht. Sommige polissen zijn immers overbodig geworden door het overlijden en moeten afgesloten worden. Het gedeelte van de premies die door het sterfgeval als het ware ongebruikt blijft wordt opgenomen in de nalatenschap van uw partner. Andere polissen moeten misschien aangepast worden en bijvoorbeeld alleen op uw naam worden gezet.
Tenslotte kan uw partner ook specifieke verzekeringen hebben gehad waarvan u nu bij zijn of haar dood de begunstigde bent. Wanneer u contact opneemt met de verzekeringsmaatschappij zal deze verder het nodige doen om te zorgen dat uw rechten worden gewaarborgd. Meestal zal ze hiervoor een uittreksel uit de overlijdensakte vragen. Mogelijke verzekeringen:

  Overlijdensverzekering Pensioenspaarverzekering
  Levensverzekering Woningverzekering
  Schuldsaldo verzekering Autoverzekering
  Ongevallenverzekering Hospitalisatieverzekering
  Groepsverzekering Familiale verzekering
  Verzekering gewaarborgd inkomen Beroepsverzekering
  Rekeningverzekering Reisverzekering
  Beleggingsverzekering (tak 21) Verzekering huispersoneel
  Begrafenisverzekering  

Omdat het leven voortgaat

Aanvragen van overlevingspensioen:
Om in aanmerking te komen voor een overlevingspensioen moet u aan de volgende voorwaarden voldoen:
- Minstens 45 jaar oud zijn
- Minstens één jaar wettig gehuwd zijn (er zijn enkele uitzonderingen)
- Geen vervangingsinkomen hebben of beroepsactiviteit uitoefenen behalve die waarvoor cumul is toegestaan.
Indien uw echtgenoot/echtgenote vroeger actief was als loontrekkende of zelfstandige maar intussen al op pensioen was, hoeft u zelf geen aanvraag in te dienen. De gemeente stuurt een uittreksel uit de overlijdensakte naar de bevoegde dienst door en u krijgt het overlevingspensioen automatisch uitbetaald.
Als uw partner op het moment van zijn overlijden zelf nog aan het werk was als loontrekkende of zelfstandige moet u wel een aanvraag doen voor uw overlevingspensioen. Dit doet u bij het gemeentebestuur.
Bent u weduwe of weduwnaar van een ambtenaar of gepensioneerd ambtenaar dan moet u in ieder geval zelf een overlevingspensioen aanvragen U kunt daarvoor terecht bij de pensioendienst van de overheidssector of bij de overheidsdienst waarvoor uw partner werkte. Voldoet u als langstlevende echtgenoot(e) niet aan alle voorwaarden voor een overlevingspensioen dan kunt u in sommige gevallen toch gedurende 12 maanden genieten van een tijdelijk overlevingspensioen. Sinds enkele jaren kan het overlevingspensioen ook gecombineerd worden met beperkte beroepsactiviteiten (er is wel een plafond van toegelaten inkomsten vastgelegd). U moet die activiteiten wel officieel aangeven bij de pensioendienst.
Wanneer u een uitkering (wegens ziekte of werkloosheid) ontvangt kunt u deze eenmalig en gedurende 12 maanden cumuleren met een overlevingspensioen.

Wat gebeurt er met uw woning?
Dit is een ingewikkelde materie die we hier niet helemaal uit de doeken kunnen doen. Maar deze bemerkingen helpen u misschien toch vooruit.
Indien uw partner huurder was zijn volgende scenario’s mogelijk:
- Uw partner en u zijn allebei als huurders vermeld in het huurcontract. In dat geval loopt het huurcontract gewoon verder. De eigenaar moet zich aan alle voorwaarden van het huurcontract houden.
- Uw partner huurde de woonst alleen op zijn of haar naam maar u was getrouwd of wettelijk samenwonend met hem/haar. U heeft dan het recht om de woning verder te blijven bewonen.
- Uw partner huurde de woning alleen op zijn of haar naam en uw woonde feitelijk samen zonder dat er officieel iets geregeld was. In dat geval hebben de erfgenamen van uw partner de plicht om het huurcontract voort ter zetten of het volgens de bepalingen van het contract of van de wet stop te zetten. Ook wanneer uw partner eigenaar was van een huis of appartement zijn er heel wat verschillende mogelijkheden. Wat uw specifieke rechten zijn hangt grotendeels af van het antwoord op de volgende vragen: bent u mede-eigenaar of niet? Was u getrouwd, wettelijk samenwonend of feitelijk samenwonend? Zijn er andere erfgenamen, bijvoorbeeld kinderen. Is er een testament waarin u wordt vermeld?
Wanneer u de langstlevende echtgenoot of echtgenote of langstlevende wettelijk samenwonende (maar in dit geval onder bepaalde voorwaarden) bent, zal u genieten van een beschermd vruchtgebruik op het deel van de overledene van de gezinswoning. Dit vruchtgebruik garandeert u de mogelijkheid om in uw gezinswoning te blijven.

Het is de notaris die u in al deze gevallen kan bijstaan en adviseren.

In de maanden na het overlijden

De aangifte van de nalatenschap

Ter herinnering: U bent vrij de nalatenschap te weigeren of te aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Dit kan het geval zijn wanneer u vreest dat de schulden hoger zijn dan de activa. Aarzel nooit om advies te vragen aan uw notaris die u kan adviseren bij het nemen van deze beslissing.
De aangifte van de nalatenschap is een wettelijke verplichting die de overheid in staat moet stellen de erfgenamen van de overledene erfenisrechten (“successierechten”) te doen betalen. Alle wettelijke erfgenamen en algemene legatarissen (personen die in een testament als algemeen erfgenaam zijn aangeduid) moeten zo’n aangifte indienen. Zij kunnen dat ieder afzonderlijk doen, maar meestal wordt één gezamenlijke aangifte opgesteld. U heeft hiervoor vijf maanden de tijd. Er is geen verplichting hierbij een beroep te doen op een notaris maar zijn gespecialiseerde kennis kan een grote hulp zijn in deze ingewikkelde materie.
Wanneer u afstand doet van de erfenis, bijvoorbeeld omdat er veel schulden zijn, hoeft u geen aangifte te doen. In de aangifte worden zowel de activa als de passiva van uw partner opgesomd.

Activa:
- Alle eigen goederen.
- Zijn of haar aandeel van de huwelijksgemeenschap indien u met gemeenschap van goederen bent gehuwd (b.v. woonhuis, banktegoeden, auto, meubelen enz…).
- Het kapitaal van zijn of haar levensverzekering.
- De schenkingen die uw partner in de laatste drie jaar voor het overlijden heeft gedaan.
- Daarnaast moeten er onder bepaalde voorwaarden goederen worden aangegeven die zich niet (meer) in de nalatenschap bevinden zoals levensverzekeringen die zijn afgesloten door de overledene ten gunste van de langstlevende of de niet geregistreerde schenkingen die zijn gebeurd in de 3 jaar voor het overlijden.

Passiva:
- De uitvaartkosten
- Alle schulden die bestaan op het ogenblik van het overlijden (bijvoorbeeld kosten van de laatste ziekte, hospitalisatie, saldo van kredieten en leningen, facturen van energieleveringen…).

Belastingsaangifte
Ook in het jaar van zijn of haar overlijden en het daaropvolgende jaar moet er nog een belastingsaangifte gebeuren van de inkomsten van uw partner. Indien er nog bijkomende belastingen moeten worden betaald, worden deze uit de erfenis gehaald.
Als uw overleden partner nog recht had op een teruggave vanwege de staat zal dit bedrag ook deel uitmaken van de erfenis. Wanneer uw partner overlijdt voor de gebruikelijke datum waarop de belastingsaangifte moet worden ingediend, heeft u altijd vijf maanden de tijd om deze fiscale formaliteit te vervullen.

Naar boven