Okra
Okra cirkels

OuderenWijzer

Printversie
NIEUWSBRIEF Nr. 34
September 2010

A. Woordje van de voorzitter

Deze eerste nieuwsbrief bij de aanhef van ons nieuw werkingsjaar heeft Uw veiligheid tot onderwerp.
Op 13 september e.k. starten we immers met de veiligheidsdag van ons Sociaal Huis in samenwerking met de VZW Kerkelare en waar de veiligheidsadviseur van onze lokale politie ons een aantal tips zal geven om onze eigen, persoonlijke veiligheid te verhogen. Deze voordracht begint om 1400 uur in de raadzaal van ons OCMW. Om 15.00 uur wordt u een koffie met een gebakje aangeboden. Daarna wordt U de mogelijkheid geboden Uw fiets te laten merken (zeer aan te bevelen!) en kennis te maken met de zogenaamde “Dode Hoek” d.w.z. de plaatsen waarop de chauffeur van een camion of een autobus geen zicht heeft. Verder zal een lokale fietshandelaar de “Fiets met lage instap” en de elektrische fiets demonstreren.
De inhoud van deze OuderenWijzer is geheel en al gewijd aan de preventie van vallen in en om de woning.
En tenslotte is er de pas gestarte rubriek verkeer waarbij we zullen proberen de kennis van het verkeersreglement op te frissen d.m.v. periodiek verspreide vragenlijsten. En ook hiermee hebben we dezelfde bedoeling: U zo lang als mogelijk gezond en wel in Uw eigen vertrouwde omgeving te houden.

Naar boven

B. Blijf op je eigen benen staan

Een paar jaar terug verrichtte de Gentse Universiteit een uitgebreid onderzoek in Melle en omgeving naar het risico op een val door 65-plussers: bijna de helft van alle vrouwen was in het voorbije jaar minstens één keer gevallen; bij de mannen was dit een kwart. Alles dooreen was 40% van alle senioren één of meer keren ten val gekomen. En dit gebeurde in de meerderheid der gevallen IN de woning ! Ook ons eigen Seniorenbehoefteonderzoek in Lovendegem gaf een zelfde resultaat.
Meestal beperken de gevolgen van dergelijk ongeval zich tot een blauwe plek, maar het kan erger: verstuikingen en breuken zijn niet uitzonderlijk.

We hebben als Okra op deze en volgende bladzijden gepoogd een lijst op te stellen die U moet toelaten uw woning te onderzoeken op veiligheidsrisico´s.
We hopen dat dit kan bijdragen tot een veilige, comfortabele leefomgeving voor de senior die zo lang als mogelijk zelfstandig wil blijven. En dat willen we toch allemaal, is het niet?

1. Hall en gang
- Is er voldoende verlichting aan de huisdeur?
- Zou een handgreep naast de voordeur niet nuttig zijn?
- Is de drempel aan de toegangsdeur niet spiegelglad?
- Heeft de deurmat in de gang een antisliplaag?
- Is er voldoende verlichting in de hall?
- Kan U vanuit de gang het licht aansteken in de plaats waar U moet zijn?
- Wat staat er eigenlijk te veel in de gang/hall. Aan wat hebt U zich reeds gestoten?
- Vermijd dat de post achter de deur op de grond kan vallen. U zou erop kunnen uitglijden.

2. Woonkamer
- Is de vloer gemakkelijk te onderhouden – is het echt nodig dat hij spiegelglad geboend wordt? Zou U niet beter een vloerbekleding kiezen die stroef is zodat men er niet gemakkelijk op uitglijdt?
- Zijn de doorgangen breed genoeg? Men neemt aan dat voor verplaatsingen binnen de woning (rond tafel – tussen kasten en tafels) tachtig centimeter minimum vereist is.
- Zijn de tapijten voorzien van een antisliprug?
- Liggen de tapijten vlak? Vertonen ze nergens een bult? Zijn de hoeken niet omgekruld?
- Zijn de deuren veilig:
  - gaan de deuren zachtjes dicht of riskeert U dat ze dichtslaan?
  - zijn glazen deuren voorzien van veiligheidsglas zodat U bij een val tegen dit soort deur geen snijwonden oploopt.
- Hebt U, als U ramen hebt van vloer tot plafond het nodige gedaan om te zorgen dat niemand ongewild tegen het raam loopt (markeerbanden b.v.)
- De meubelen:
  - kunt U gemakkelijk rondlopen tussen de meubelen. Staat er niets in de weg?
  - vallen de deuren van de kasten b.v. niet ongewild open zodat U erover kunt vallen?
  - zijn de hoeken en randen afgerond?
  - worden boeken en tijdschriften niet op de grond achtergelaten?
- Is Uw telefoon voorgeprogrammeerd met de nummers van de huisdokter – familie – hulpdiensten?

3. Electriciteit
- Zitten schakelaars en stopcontacten op de juiste hoogte, niet te laag of te hoog?
- Hebt U voldoende stopcontacten zodat er niet te veel met verlengdraden moet gewerkt worden (kans op struikelen)
- Zitten elektriciteitsdraden goed vast? Idem voor de telefoonkabel en de kabel van de Tv-distributie.
- Zou het niet nuttig zijn om in de verdeelkast de oude zekeringen te (laten) vervangen door automatische zekeringen? En als U toch bezig bent, zou de plaatsing van een verliesstroomschakelaar niet nuttig zijn?
- Bent U zeker dat de aarding van Uw elektriciteitsinstallatie deugt?
- U repareert toch geen zekeringen met een koperdraadje?

4. Keuken
- Is de keuken goed verlicht? Ook het werkblad?
- Is er voldoende verluchting in de keuken? Kunt U een venster openen?
- Let U erop dat etensresten, schillen, gemorste vloeistoffen (water – melk – vet ) ONMIDDELLIJK opgeruimd worden?
- Is er in de keuken een branddeken aanwezig en kunt U deze gebruiken?
- Let U erop dat U na het bakken van frieten de friteuse uitschakelt? ( De thermostaat kan stuk gaan en dan ontbrandt het frituurvet vanzelf ).
- Reinigt of vervangt U regelmatig de filter van de dampkap? Een met vet verzadigde filter brandt als een toorts.
- Indien in de keuken een gasboiler aanwezig is:
  - is er voldoende verluchting om verse lucht toe te voeren;
  - worden de verbrandingsgassen voldoende afgevoerd
  - is de diameter van de afvoerbuis even groot als de uitgang van het eigenlijke toestel
  - is er een extra afvoer voorzien bij gaslekkage:
     - bij aardgas zo hoog mogelijk
     - bij butaan en propaan zo laag mogelijk
- Worden messen of andere gevaarlijke voorwerpen afzonderlijk bewaard? Ze mengen met ander keukengerei brengt risico´s mee.
- Bewaart U giftige en/of gevaarlijke stoffen in Uw keuken? Een vergissing is steeds mogelijk.
- Uw gasflessen ( butaan of propaan ) staan toch niet in de kelder? Deze gassen zijn zwaarder dan de lucht en kunnen van Uw kelder een bom maken.

5. Slaapkamer
- Kunt U vanuit Uw bed het licht aansteken?
- Zijn de tapijtjes aan Uw bed slipvrij gemaakt?
- Zou een continue brandend nachtlampje (genre stopcontactlampje) niet bruikbaar zijn? Misschien ook in de gang tussen slaapkamer en WC/badkamer.
- Hebt U een zaklamp op de slaapkamer? Kan U vanuit de slaapkamer om hulp vragen (telefoonaansluiting of GSM)?
- Hebt U een rookmelder in Uw slaapkamer?

6. Badkamer – Toilet
- Draait de deur naar buiten open?
- De badkamerdeur mag U nooit op slot doen!
- In het bad of de douche ligt een antislipmatje (tenzij deze reeds bij constructie slipvrij werden uitgevoerd).
- Er zijn één of twee stevig verankerde handgrepen als hulp bij het gaan zitten of rechtstaan.
- Zijn warm of koud water gemakkelijk te regelen? Er bestaan (weliswaar vrij dure ) thermostactische kranen die deze regeling voor U doen en die U bovendien beveiligen tegen verbranding.
- Staat er in de douche een zitbankje? Zou een dergelijk bankje in het ligbad niet nuttig zijn?
- Is de stroomkring in de badkamer (“natte ruimte“) afzonderlijk beveiligd door een verliesstroomschakelaar van 30 milliampère?
- Er kan toch geen 220 volt toestel per ongeluk in het bad vallen? (radio, haardroger, scheerapparaat)
- Zijn gebruikte scheermesjes, scharen, nagelvijltjes veilig opgeborgen?
- De matjes vóór het bad zijn van het antisliptype?

7. Trappen
- Zijn alle trappen goed en zeer helder verlicht? Hierop besparen is om moeilijkheden vragen.
- U gebruikt de trap toch niet als extra bergruimte (tijdschriften – wasgoed…)
- Is er minimum één trapleuning aangebracht:
  - die U kan omklemmen met de hand
  - die niet loszit en stevig verankerd is
  - die op de goeie hoogte staat: 90 centimeter.
- Zou een tweede leuning niet aangewezen zijn?
- Zit de traploper stevig vast? Een groot aantal valpartijen vindt zijn oorzaak in het losschieten of het niet onmiddellijk herstellen van losgekomen traplopers.
- Kunt U zowel boven als onderaan de trapverlichting aansteken/doven?
- Vermijd dat U bij het dragen van een last op of af de trap:
  - de treden niet meer ziet
  - niet minstens één hand vrij hebt.

Naar boven

C. Kennis van het verkeersreglement – Reeks 2 (juli 2010)

Antwoorden
Vooraf: zie inleiding bij de antwoorden van reeks 1(in Ouderenwijzer nr 32)

Vraag 1: Antwoord A – Wegcode art 23.2.3°: Elk parkerend of stilstaand voertuig moet zo ver mogelijk van de aslijn van de rijbaan worden opgesteld en in één file.

Vraag 2: Antwoord C – wegcode art 9.1.2.5°: Fietsers van minder dan 9 jaar mogen in alle omstandigheden trottoirs en verhoogde bermen volgen voor zover hun fiets is uitgerust…

Vraag 3: Antwoord A – Wegcode art 27.4.1.: De beperkingen van de parkeertijd (in de Diepestraat omdat deze gelegen is binnen een blauwe zone) gelden niet voor de voertuigen die gebruikt worden door personen met een handicap wanneer deze kaart aangebracht is op de binnenkant van de voorruit…

Vraag 4: Antwoord C – Wegcode art 84.4.1.: de tekening van de hoofdgroeven van de luchtband voor de bromfietsen bedraagt ten minste 1 mm.

Vraag 5: Antwoord A – Wegcode art 82.3.1.: …. twee voldoend doelmatige remmen de ene op het voorwiel werkend en de andere op het achterwiel.

Vraag 6: Antwoord B – Wegcode art 44.1.: De bestuurder van een auto moet beschikken over een plaatsruimte van tenminste 0,55 m breed.

Vraag 7: Antwoord B – Wegcode art 8.5.: Als het voertuig voorzien is van een inrichting ter voorkoming van een diefstal, moet deze gebruikt worden. Maar… art 2.15.1, laatste paragraaf stelt dat een niet bereden fiets niet als voertuig wordt beschouwd, dus aangezien alleen voertuigen moeten beveiligd worden en een niet bereden fiets geen voertuig is moet het slot niet gebruikt worden. Het is uiteraard wel aangewezen dit te doen, maar het is geen verplichting.

Vraag 8: Antwoord B – Het niet halt houden voor een Stopbord (bord B5) is een overtreding van de 2de graad. De onmiddellijke inning (“boete”) bedraagt voor alle overtredingen van de tweede graad onveranderlijk 100 euro.

Vraag 9: Antwoord B – Wegcode art 35.2.1.4°: Tot 2006 kon een arts (huisarts of specialist een attest afleveren waarbij de houder vrijgesteld werd van het gebruik van de veiligheidsgordel. Aangezien hier nogal kwistig mee werd omgesprongen en omdat het aantal tegenindicaties (tegen het gordelgebruik) vrij klein is heeft alleen de minister de bevoegdheid om dergelijke vrijstellingen te verlenen tot zich getrokken. Een cardioloog kan adviseren, het is de minister ((FOD- Mobiliteit en vervoer) die beslist.

Vraag 10: Antwoord A - Verkeerswet art 28. Ons containerpark is geen openbare weg maar wel een Openbare Plaats zoals onze drie Lovendegemse parkings maar ook de parkings van de Supra Bazar, van Delhaize, van Intra-tuin enz… De verkeerswet is toepasselijk niet alleen op de openbare weg maar in welbepaalde gevallen ook op de openbare plaatsen die eigenlijk geen weg zijn. Op die plaatsen kan men bijvoorbeeld wel vluchtmisdrijf plegen en geldt de wetgeving i.v.m. met alcoholintoxicatie en dronkenschap.

Winnaar

Bij de antwoorden op de vragen van reeks 2 waren er drie deelnemers met tien juiste antwoorden: Rosette Welvaert, Robert Termont en Monique Van Hecke. Een trekking was dus nodig en een onschuldige hand duidde Robert Termont aan als winnaar. Op plaats 4 vinden we Norma Schelstraete ( 9/10) en op plaats vijf komt Janin Haeck met eveneens 9/10. Proficiat aan iedere deelnemer en binnenkort ontvangt Robert zijn prijs.

Naar boven

D. Kennis van het verkeersreglement Reeks 3 (augustus 2010)

Antwoorden

Vraag 1: Antwoord A – art 43 bis: Art 36 en art 2.15.1. een fiets uitgerust met een elektrische hulpmotor van maximaal 0,25 kW brengt geen wijziging in zijn classificatie als rijwiel ( fiets) en fietsers moeten geen helm dragen.

Vraag 2: Antwoord C – Art 43 bis (Fietsers in groep) is slechts van toepassing op groepen van 15 tot 150 fietsers. Groepen van minder dan 15 fietsers moeten beschouwd worden als individuele fietsers en kunnen zich niet beroepen op artikel 43 bis.

Vraag 3: Antwoord C– art 35 Het vriendinnetje mag niet mee. Kinderen beneden de 3 jaar moeten vervoerd worden in een voor hen geschikt kinderbeveiligingssysteem.

Vraag 4: Antwoord C – art 22ter.1.1°: moeten de bestuurders deze verhoogde inrichtingen dubbel voorzichtig en met matige snelheid naderen zodat zij erover rijden met een snelheid die niet meer bedraagt dan 30 km per uur.

Vraag 5: Antwoord B – wegenverkeerswet art 60§2.1° : wanneer de ademanalyse een alcoholconcentratie meet van tenminste 0,22 milligram en minder dan 0,35 per liter uitgeademde alveolaire lucht wordt het besturen van een voertuig voor een duur van drie uren verboden. Het rijbewijs dient afgegeven voor de duur van drie uren. ( art 61).

Vraag 6; Antwoord A - Wegcode art 39.1. Ik moet de bus laten voorgaan: ik moet vertragen en zo nodig stoppen.

Vraag 7: Antwoord C – wegcode art 25.2. : Het is verboden op de openbare weg voertuigen voor verkoop of voor verhuring ten toon te stellen.

Vraag 8: Antwoord B – Wegcode art 51.4 : Het is de bestuurder die het retro-reflecterend veiligheidsvestje moet dragen.

Vraag 9: Antwoord A – Wegcode art 46.2.1.: In geen geval mag de lading van voren buiten het vooreinde van het voertuig uitsteken.

Vraag 10: Antwoord A – Technisch reglement (K.B. 16 mart 1968) art 70§1.6°: De steun van het blustoestel moet aan het voertuig zijn vastgemaakt en het afnemen van het toestel van zijn steun mag niet meer dan 10 seconden in beslag nemen.

Winnaar
In de vragenreeks Nr 3 hadden we vier deelnemers die alle vragen juist beantwoord hebben: Rosette Welvaert, Monique Van Hecke, Jacques Meiresonne en Robert Termont. Een onschuldige hand duidde Monique Van Hecke aan als winnaar. Op de vijfde plaats vinden we Annette De Neve met 9/10.
Proficiat aan alle deelnemers!

Naar boven